‘Het spirituele is voor mij geen warm bad’
Marcel Cobussen, universitair docent muziekfilosofie en cultuurtheorie aan de Academie der Kunsten, schreef een boek over spiritualiteit en muziek. Van ‘Hotel California’ van The Eagles tot de experimentele jazz van de late John Coltrane, en van Schumann tot de Libanese oud-speler Rabih Abu Khalil.
Marcel Cobussen:‘Muziek kan een belangrijke rol vervullen in het nadenken over concepten die we niet direct met het spirituele verbinden.’
Geen muziek uitsluiten
In Thresholds. Rethinking Spirituality Through Music schrijft Cobussen in dertien hoofdstukken evenzoveel muzikale drempels, muzikale grensgevallen. De muziek van The Eagles en Coltrane zou je misschien niet onmiddellijk met spiritualiteit in verband brengen. Toch maakt Cobussen die connectie in zijn boek aannemelijk. Cobussen: ‘Impliciet heb ik geprobeerd met dit boek twee dingen duidelijk te maken. Ten eerste dat muziek een belangrijke rol kan vervullen in het nadenken over concepten die we niet direct met het spirituele verbinden. Natuurlijk is de verbinding tussen muziek en spiritualiteit niet nieuw, maar meestal wordt spiritualiteit daarbij als een reeds bekend en gedefinieerd begrip voorondersteld. Ik heb geprobeerd te laten zien hoe muziek een actieve bijdrage kan leveren aan het herdenken, rethinking, van een dergelijk begrip. Ten tweede wilde ik geen enkele muziek a priori uitsluiten van het vermogen spirituele ervaringen op te roepen bij een luisteraar. Vandaar mijn keuze om in dit boek muziek te behandelen die doorgaans niet meteen met spiritualiteit wordt geassocieerd.’
Het goddelijke en het duivelse
De schrijver lijkt de verschijning van zijn boek zorgvuldig gepland hebben: vlak vóór het begin van de Maand van de Spiritualiteit. Maar hij helpt potentiële lezers meteen uit de droom: ‘De invulling die ik aan het begrip spiritualiteit geef, komt niet erg overeen met wat mensen uit de traditionele religieuze wereld en aanhangers van het nieuwetijdsdenken daar doorgaans onder verstaan. Het spirituele is voor mij geen warm bad waarin de verloren eenheid, het verloren contact met een metafysische oerkracht – of je die nu God noemt of iets anders – wordt hersteld. De vraag die ik mij heb gesteld, is eerder wat spiritualiteit nog kan betekenen na de door Nietzsche verkondigde ‘dood van God’, dat wil zeggen, na het verlies van een absolute grond of objectieve waarheid waardoor wij ons leven zin kunnen geven. Juist door middel van muziek heb ik openingen gevonden om een ‘andere’ spiritualiteit – ik noem het ook wel para-spiritualiteit – te denken, een spiritualiteit waarin, zoals de Franse filosoof Georges Bataille het zegt, naast het goddelijke ook plaats moet zijn voor het duivelse. Batailles woorden moeten misschien niet zo letterlijk genomen worden. Waar hij naar mijn mening op duidt, is een spiritualiteit die gebaseerd is op onzekerheid, het niet-weten waardoor de mens tot de grens van zijn kenvermogens wordt gebracht. Het is wellicht daar dat spiritualiteit en muziek elkaar ontmoeten.’
Persoonlijke touch
Cobussen verwerkt nadrukkelijk zijn eigen persoonlijke achtergrond in zijn onderzoek. Kan dat eigenlijk wel? ‘Ik geloof niet in objectieve wetenschap. Elk schrijven, elk onderzoek, elke registratie daarvan, elke keuze die wordt gemaakt tijdens het bedrijven van wetenschap is altijd al doortrokken van een zekere subjectiviteit. Dat kun je natuurlijk op vele manieren onderkennen, maar ik vind dat in een boek over spiritualiteit een bepaalde persoonlijke touch niet mag ontbreken. Het opent voor de lezer misschien ook de mogelijkheid om naast het tot zich nemen van bepaalde denkbeelden, na te gaan in hoeverre zij of hij zich persoonlijk verhoudt tot het muzikale en het spirituele.’
Filosofische reuzen
In Deconstruction In Music (2001), het eerste proefschrift in Nederland dat als een website werd gepresenteerd, hield Cobussen zich ook al bezig met filosofen als Derrida, Heidegger en Lyotard. Is Thresholds daar een logisch vervolg op? ‘In mijn proefschrift stuitte ik vaak op het ethische aspect van deconstructiedenken. Dat bracht me ertoe een tijd lang bezig te zijn en te schrijven over de relatie tussen muziek en ethiek. De invulling die ik geef aan het spirituele heeft zeker overlap met dat wat ik als ethisch beschouw, namelijk het proberen te ontwikkelen van een zekere ontvankelijkheid ten aanzien van het onbekende, het andere of de ander. Ik zal niet ontkennen dat mijn denken erg is beïnvloed door de drie genoemde filosofische reuzen. Maar aangezien zij niet of nauwelijks over muziek hebben geschreven, bleef er voor mij toch nog voldoende ruimte over om mijn eigen gedachten met die van hen te verweven. Het is me ook niet primair te doen om hun denken zo goed en nauwkeurig mogelijk weer te geven. Ik gebruik – misbruik misschien – hun filosofie om mijn eigen gedachten te ontwikkelen.
Afbeelding: Marcel Cobussen zegt te zijn beïnvloed door Derrida, Heidegger en Lyotard.
Improvisatie
Momenteel werkt Cobussen aan een nieuw boek, over improvisatie. ‘Ik beschouw dat fenomeen als iets wat in andere wetenschapsgebieden bekend staat als een "complex, dynamisch systeem". Het analyseren van solo’s van grote improvisatoren is mooi, maar boeiender vind ik de interactie tussen verschillende actoren tijdens het improviseren. Daarnaast ontwikkel ik een nieuwe collegereeks over auditieve cultuur: hoe verhoudt de mens zich auditief tot zijn omgeving?’
Marcel Cobussen, Thresholds. Rethinking Spirituality Through Music. Hampshire: Ashgate, 2008.
Zie ook: Thinking music.