Grote Europese subsidie voor Leidse geesteswetenschappen
Het idee van Vidi-winnaar dr. Geert Warnar om een internationaal trainingsnetwerk voor promovendi op het gebied van laatmiddeleeuwse ideeënuitwisseling op te zetten, levert ruim een miljoen Europees subsidiegeld op. LURIS hielp om van een goed idee een succesvolle aanvraag te maken.
De Leidse geesteswetenschappen zijn dit jaar opvallend succesvol bij het binnenhalen van subsidies uit het Europese Marie Curie Programma, onderdeel van het Zevende Kaderprogramma. Niet alleen literatuurhistoricus Warnar scoorde nu met zijn idee; drie buitenlandse gepromoveerde onderzoekers kregen een Marie Curie Fellowship om twee jaar onderzoek te komen doen aan de Universiteit Leiden (zie kader).
Afbeelding: Dr. Geert Warnar: ‘Een goede aanvraag moet de beoordelaar onmiddellijk het gevoel geven dat het hier om een heel mooi plan gaat.’
Vervolg van Vidi-project
Het idee voor Warnars project komt voort uit zijn Vidi-project
Medieval Dutch Literature and Learning, een onderzoek naar de opmars van de volkstaal in religieuze en filosofische laatmiddeleeuwse teksten. Voor het onderzoek in dit project werkten Warnar en dr. Wybren Scheepsma – als post-doc verbonden aan het project – intensief samen met onderzoekers uit Antwerpen, Freiburg (Duitsland), Lecce (Italië) en Oxford. Mede door deze samenwerking hebben ze kunnen aantonen dat de Nederlanden een grote rol hebben gespeeld bij de verspreiding van laatmiddeleeuwse religieuze teksten. Het blijkt dat er in de veertiende en vijftiende eeuw veelvuldig teksten en ideeën werden uitgewisseld in het stroomgebied van de Rijn en dat er tal van persoonlijke ontmoetingen zijn geweest tussen schrijvers en denkers.
Uitwisseling van expertise
De uitkomsten van Men of letters bieden prachtige aanknopingspunten voor gericht vervolgonderzoek, vertelt Warnar. ‘We hebben nu genoeg materiaal om twaalf jonge onderzoekers elk een concrete casus verder uit te laten diepen. Drie van de promovendi komen naar Leiden. De projecten zijn zo geformuleerd dat ze alleen maar goed uitgevoerd kunnen worden als je meerdere expertises samenbrengt. Zo zou een Nederlander of een Belg naar Freiburg kunnen gaan om daar de Duitse Ruusbroec-overlevering te bestuderen.’ (Ruusbroec was een laatmiddeleeuwse Brabantse mysticus, wiens teksten in Duitsland brede verspreiding hebben gevonden.) Een Duitse germanist zou hier de Nederlandse Tauler-overlevering in kaart kunnen brengen. (Tauler was een Duitse mysticus die in de Nederlanden veel gelezen werd.) Het gaat erom dat iemand de eigen expertise meebrengt naar een andere omgeving en leert van de kennis die daar voorhanden is. De uitwisseling kan plaatsvinden tussen twee talen, maar het kan ook gaan om de bestudering van de verbreiding van filosofisch gedachtegoed (altijd in het Latijn) naar de volkstaal, of andersom. Het netwerk bestaat uit neerlandici, germanisten, filosofen en religieuze wetenschappers, die allemaal gespecialiseerd zijn op het gebied van de Middeleeuwen.
Afbeelding: Een voorbeeld van uitwisseling: deze miniatuur staat in een boek van de Johannieters uit Straatsburg. Het boek is gemaakt door de Leuvense secretaris van de stichter van het klooster, Rulman Merswin, een Straatsburgse koopman. Merswins bewerking van een Nederlands werk van Jan van Ruusbroec staat er ook in.
Idee
Hoe kwam Warnar op het idee voor dit project? Warnar: ‘Het idee is in fasen ontstaan. Scheepsma en ik hebben met Hans Jochen Schiewer en Nigel Palmer (beiden hoogleraar Duitse letterkunde van de Middeleeuwen aan de universiteiten van respectievelijk Freiburg en Oxford) een internationaliseringsplan bedacht. Dat was tijdens een filosofie-congres, georganiseerd door dr. Maarten Hoenen, een van origine Nijmeegse onderzoeker, die tegenwoordig een professoraat in Freiburg bekleedt. Schiewer – inmiddels rector van de Universiteit van Freiburg – is daarna een keer in Leiden geweest om met ons een uitwisselingsovereenkomst te sluiten. Hoenen was intussen een samenwerking aan het opzetten met onderzoekers uit Lecce, waarin wij vanuit Leiden ook participeren. Het project van Hoenen en ons Men of letters-project groeiden steeds verder naar elkaar toe, en toen ontstond bijna als vanzelf het idee om zo’n internationaal trainingsnetwerk op te gaan zetten.’
Gewoon offerte schrijven
Een Europees voorstel maken kost wel veel tijd, vertelt Warnar. Hij had het nu succesvolle plan ook al bij een eerdere ronde ingediend. Dat succes in tweede instantie is zeker ook te danken aan de inbreng en bijstand van LURIS (zie kader). Het idee zelf stond ook natuurlijk al in het eerste voorstel, maar daar ontbrak het nog aan een goede aanpak van organisatorisch en financiële zaken. Warnar: ‘Bij zo’n aanvraag moet je eigenlijk af van het idee dat het een soort wetenschappelijke publicatie is; het is gewoon offerte schrijven. Je moet de knop kunnen omzetten. Een goede aanvraag moet de beoordelaar onmiddellijk het gevoel geven dat het hier om een heel mooi plan gaat en dat de aanvrager weet waar hij het over heeft. In ons plan hebben we meteen het idee van culturele mobiliteit binnen Europa gelanceerd. Het stroomgebied van de Rijn was in de Middeleeuwen een cultureel continuüm, terwijl datzelfde gebied nu uit meerdere afzonderlijke naties bestaat. Dat sprak meteen aan. De kunst is: beelden oproepen waar men zich iets bij kan voorstellen.’
De Rijn als transportader
Warnar: ‘De Rijn is een heel vruchtbaar uitgangpunt voor cultuur- en literairhistorisch onderzoek naar ideeënmobiliteit. De rivier doet wat dat betreft niet onder voor de cultuurhistorische betekenis van de Middellandse Zee. Al tijdens het Romeinse Rijk speelde de rivier een hoofdrol en dat was ook zo in de tijd van Karel de Grote. De ontwikkeling van de boekdrukkunst voltrok zich in eerste instantie langs de Rijn en enkele van de oudste Europese universiteiten (Basel, Freiburg, Heidelberg, Keulen, Utrecht) zijn langs de rivier ontstaan. De Universiteit van Leiden is de laatste Rijn-universiteit voor de rivier de zee instroomt. Vooral het beeld van de Rijn als transportader voor laatmiddeleeuws religieus en filosofisch ideeëngoed heeft de beoordelaars van ons voorstel overtuigd, denk ik. Het is bovendien een onderzoeksthema dat zich gemakkelijk laat uitbreiden.’
Werkplan
Dit voorjaar wordt het contract gesloten tussen de vijf universitaire partners. In dit consortium agreement wordt geregeld welk deel van het geld naar welke universitaire partners gaat. De partners krijgen ieder een eigen budget, de Universiteit Leiden wordt penvoerder voor het hele project, en krijgt een extra bedrag voor overheadkosten. Warnar gaat nu een werkplan maken waarin moet worden vastgelegd hoe het trainingsnetwerk georganiseerd en gecoördineerd wordt. De subsidie biedt de gelegenheid om jonge onderzoekers aan te stellen en hen te laten meedraaien in een speciaal voor het project ontwikkeld trainingsprogramma.
______________________________________________________________________
Wat doet LURIS?
Leiden University Research and Innovation Services (LURIS) is een dienstverlenende universitaire netwerkorganisatie die verantwoordelijk is voor de kennis- en technologieoverdracht naar de commerciële partijen, en andere vormen van kennisvalorisatie. Zij helpt daarbij ook bij het verwerven en vormgeven van onderzoekscontracten bij tweede- en derdegeldstroomonderzoek in Nederland en Europa. LURIS stelt zich ten doel om meer en betere onderzoekscontracten te helpen afsluiten door ondersteuning te bieden bij het proces tot en met de contractering. LURIS werkt binnen de universiteit intensief samen met alle relevante faculteiten en groepen.
Marie Curie Fellowship
Drie jonge buitenlandse onderzoekers hebben aangegeven hun Marie Curie Fellowship te willen gebruiken voor twee jaar onderzoek aan de Universiteit Leiden. Dit zijn persoonsgebonden beurzen voor Europese jonge onderzoekers die een wetenschappelijke carrière ambiëren. Mobiliteit is verplicht: een fellowship aan een Nederlandse universiteit kan alleen worden aangevraagd door buitenlanders.
Het zijn:
- Dr. Nicole Bolleyer (Duitsland): Indirect State Funding of Political Parties: Party State Relations and the Strength of Party Organisation in Western Democracies (begeleid door prof.dr. Ruud Koole);
- Dr. Emily Cottrell (Frankrijk): Early Arabic Literature in Context: the Hellenistic Continuum (begeleid door prof.dr. Bas ter Haar Romeny)
- Dr. Claudio Di Felice (Italië): Documenting old Abruzzese (begeleid door prof.dr. Roberta d’Alessandro).
______________________________________________________________________
(10 maart 2009/DH)