‘Je moet Ahmadinejad niet onderschatten’

Zelfs al had de hervormingsgezinde Mir Hossein Mousavi afgelopen vrijdag de presidentsverkiezingen gewonnen, dan nog zou het autoritaire karakter van het Iraanse regime niet fundamenteel zijn veranderd, meent politicoloog Peyman Jafari. 
 
 
 
 
Peyman Jafari: ‘Je moet Ahmadinejad niet onderschatten. Hij heeft de afgelopen jaren veel voor elkaar gekregen.’


Complexe machtsstructuren

‘De Islamitische Republiek heeft zich al dertig jaar lang staande weten te houden’, zegt Peyman Jafari, zelf op zijn dertiende gevlucht uit Iran. ‘In die periode heeft Iran te kampen gehad met een oorlog tegen Irak, economische crises en internationale boycots. Het bewind is door de jaren heen zwaar op de proef gesteld, maar wist steeds te overleven.’ Om te achterhalen hoe dat komt, heeft Jafari onlangs een mozaïeksubsidie gekregen. In zijn promotieonderzoek probeert hij de complexe machtsstructuren in Iran bloot te leggen: de staat met haar leger en religieuze machthebbers, maar ook het bedrijfsleven, mensenrechtenorganisaties en vakbonden.

Kloof tussen arm en rijk

Jafari: ‘Ik wil weten wie op welke plek zit, waar de belangen liggen en hoe die elkaar raken. Door het hele veld te onderzoeken wil ik erachter komen welke groeperingen profiteren van liberalisatie en welke belang hebben bij het in stand houden van het autoritaire systeem.’ Tussen 1997 en 2005 maakte Iran onder president Khatami een periode van relatieve politieke liberalisatie door. Nieuwe democratische bewegingen kwamen op en er werden economische hervormingen doorgevoerd. Niet iedereen profiteerde echter van die economische liberalisatie. De kloof tussen arm en rijk groeide. Die kloof vormt ook vandaag de dag nog één van de grootste maatschappelijke problemen in Iran. Het was daarom ook een belangrijk verkiezingsthema de afgelopen maanden.

Geen man van abstracte praatjes

De conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad, die afgelopen vrijdag werd herkozen, is met name populair onder het arme deel van de bevolking dat niet heeft kunnen profiteren van Khatami’s economische hervormingen. ‘Je moet Ahmadinejad niet onderschatten’, meent Jafari. ‘Hij heeft de afgelopen jaren veel voor elkaar gekregen. Hij heeft flink geïnvesteerd in gezondheidszorg en financiële steun geboden aan armen. Het is geen man van abstracte praatjes, hij straalt bovenal daadkracht uit. In het kader van de verkiezingen heeft hij letterlijk gratis aardappels uitgedeeld aan het volk. De hervormingsgezinde Mousavi had daar niet altijd van terug. Om begrijpelijke redenen verwarren veel mensen de economische liberalisering van Khatami met de politieke liberalisering die Mousavi voorstaat. Het wantrouwen is groot.’  
 
Protest tegen de verkiezingsuitslag in Teheran (foto: Shahram Sharif).


Ondoorzichtig

Maar het zijn niet alleen burgers die hervormingen tegenhouden. De sociaal-economische basis die democratisering in de weg staat of juist in een stroomversnelling brengt, is opgebouwd uit veel meer factoren. ‘Zo is bijvoorbeeld tachtig procent van de Iraanse economie in handen van de staat’, legt Jafari uit. ‘Staats- en semi-staatsbedrijven hebben olieraffinaderijen, bouwbedrijven en schoenenfabrieken in bezit. Zelfs Zamzam, het Iraanse Coca-Cola dat toch symbool staat voor het kapitalisme, is in handen van de staat. De organisatie in deze bedrijven is heel ondoorzichtig. De Revolutionaire Garde, een tak van het Iraanse leger, zit bovenop zo’n 1500 economische projecten. Daar blijkt wel uit dat de militaire en economische macht sterk met elkaar verweven zijn. In een dergelijke economie, heeft de toplaag van het bedrijfsleven baat bij de instandhouding van een autoritair regime. Veel bedrijven zouden niet eens overleven zonder de staat.’

Strijdbare achterban

Jafari heeft de aanloop naar de verkiezingen op de voet gevolgd. Hij hing bijna dagelijks aan de telefoon met vrienden uit Teheran. In de straten van de hoofdstad speelde zich de afgelopen dagen iets bijzonders af. Jafari: ‘Een maand geleden nog, leek Ahmadinejad verzekerd van een overwinning, maar de laatste week zagen we een ander Iran. In een korte en effectieve campagne, waarin middelen als popsterren, facebook en weblogs niet werden geschuwd, wist Mousavi een strijdbare achterban te mobiliseren. Jongeren, vrouwen, studenten gingen de straat op. Er werd gedemonstreerd en gedanst. Veiligheidsdiensten traden heel even niet op.

Nieuwe fase

Mousavi verscheen in het openbaar steeds met zijn vrouw, een universitair docent, aan zijn zijde. Een gebaar van grote symbolische waarde. Na het bekend worden van de verkiezingsuitslag sloeg de stemming op. Veel teleurgestelde aanhangers van Mousavi protesteerden tegen de in hun ogen frauduleuze gang van zaken rond de verkiezingen en de feestelijke sfeer van de weken daarvoor maakte plaats voor grimmige botsingen tussen betogers en de politie. Het is onduidelijk wat de uitkomst van deze protesten zal zijn, maar het is wel duidelijk dat de democratiseringsbeweging in Iran een nieuwe fase ingaat.’ 

Van Peyman Jafari verscheen onlangs het boek Het Andere Iran. Hierin laat hij zien dat Iran een stuk veelzijdiger is dan de media ons doorgaans doen geloven. 

(16 juni 2009/Marl Pluijmen)

Laatst Gewijzigd: 16-06-2009