‘Onderzoek reuma zaak van lange adem’

‘Tegenwoordig wint de waan van de dag het van de langetermijnvisie en gedegen rapporten worden teruggebracht tot tweets van 140 lettertekens’, stelt prof. dr René Toes. Vrijdag 11 maart vertelt hij in zijn oratie hoe langlopend fundamenteel onderzoek kan leiden tot mogelijke doorbraken in de behandeling van reumatoïde artritis.

Focus op reumatoïde artritis

René Toes

René Toes

Toes is medisch bioloog met als specialisatie immunologie en werd ruim een jaar geleden benoemd tot hoogleraar Experimentele Reumatologie. Sinds 2008 leidt hij een Vici-project. Onder het begrip reuma vallen meer dan honderd aandoeningen. De bekendste zijn sclerodermie, sarcoïdose, osteoartritis, de ziekte van Bechterew, jicht, het syndroom van Sjögren en reumatoïde artritis (RA). Als de volksmond het over reuma heeft wordt daar meestal deze laatste variant mee bedoeld. Toes houdt zich voornamelijk bezig met RA, gekenmerkt door gewrichtsontstekingen in vooral handen en voeten, en ook knieën, polsen en heupen. Naast veel pijn geeft dit vaak griepachtige klachten en een chronisch gevoel van vermoeidheid en ongemak. 85 procent van de RA-patiënten is tot in lengte van dagen aangewezen op medicatie.


Een ziekte van de afweer

Reuma is een ziekte van het afweersysteem. Door een proces van constante recycling worden in lichaamscellen voortdurend eiwitten afgebroken tot kleine fragmenten. Deze worden door speciale moleculen (‘HLA-eiwitten’) naar het celoppervlak gebracht, waar ze kunnen worden geïnspecteerd door bepaalde afweercellen: T-cellen. Ziet een T-cel een afwijkend fragment, bijvoorbeeld een stukje virus, dan zal ze proberen deze cel onschadelijk te maken en andere afweercellen instrueren ook in actie te komen. Ruim 30 jaar geleden werd ontdekt dat een genetische variatie in HLA een belangrijke risicofactor is voor het ontstaan van RA.

Veranderde eiwitten

Een andere belangrijke ontdekking betreft de antistoffen die zich richten tegen eiwitten waarin het aminozuur arginine is veranderd in citrulline, een ander aminozuur. Als die antistoffen in het bloed van mensen met gewrichtsklachten zitten, kan dat grote voorspellende waarde hebben voor de ontwikkeling van RA. Toes: ‘Antistoffen tegen citrulline gebruiken we nu als hulpmiddel om vast te stellen of iemand RA heeft. Verder ontdekten we dat de bewuste HLA-variatie alléén een risico vormt indien er anti-citrulline antistoffen aanwezig zijn. Blijkbaar bestaat er naast T-celgerelateerde RA dus nog een andere vorm, die mogelijk ook anders behandeld dient te worden.’

IgE wegvangen

RA-patiënten produceren méér verschillende anti-citrulline-antistoffen dan normaal. Toes wil graag ophelderen hoe dit komt, omdat hier mogelijk een aangrijpingspunt ligt voor behandeling. ‘Minstens één anti-citrulline komt alleen voor bij RA-patiënten, een antistof van het type IgE. Interessant is dat IgE-antistoffen óók een rol spelen bij het in toom houden van bijvoorbeeld parasitaire worminfecties. Onze afdeling is nu een spannend klinisch onderzoek gestart waarbij patiënten worden behandeld met een medicament dat IgE wegvangt.’

Beschermend HLA

Samen met de afdeling Immunohematologie en Bloedtransfusie ontdekten de Leidse reumatologen ook dat sommige HLA-typen juist beschermend werken. Deze blijken een fragment van vijf aminozuren te bevatten', het zogenoemde DERAA-fragment. Dit komt ook voor in talloze ziekteverwekkers, zoals de acnébacterie of het griepvirus. ‘Na infectie hebben mensen vaak T-cellen die het DERAA-fragment herkennen, tenzij ze drager zijn van een DERAA-bevattend HLA-type. De toekomst zal uitwijzen of afscherming van de DERAA-trigger kansen biedt voor genezing.’

Links

Laatst Gewijzigd: 08-03-2011