Inzet gedragsdeskundigen bij strafzaken: grote verschillen

De landelijke verschillen in inzet van psychiaters en psychologen in strafzaken, monden uit in verschil in veroordelingen. Dit concludeert mr. Corrie van Esch in haar proefschrift. 

Verschillen op veel aspecten

... soms grote implicaties voor de verdachte

... soms grote implicaties voor de verdachte

Van Esch onderzocht het gebruik van de expertise van gedragrechtskundigen in 123 soms zware (straf)zaken in zes arrondissementen: Amsterdam, Arnhem, Assen, Breda, Den Bosch en Dordrecht. Ze zag - soms grote - verschillen. Deze hebben betrekking op de gang van zaken bij de inschakeling van gedragsdeskundigen, methoden van onderzoek,  wijze van verslaglegging en gebruik van de rapportages tussen de arrondissementen. Het betreft zowel het voldoen aan verplichtingen als het gebruikmaken van bevoegdheden.


Niet veel verbetering

Mr. Corrie van Esch

Mr. Corrie van Esch

Hoewel de zaken die Van Esch, ook docent Strafrecht aan de Universiteit Leiden, onderzocht ruim tien jaar oud zijn (afgerond in de periode 1 januari-1 juli 2001), is sindsdien niet veel verbeterd, zo blijkt uit verschillende bronnen. Het best blijkt dit uit haar gepeperde stellingen, waarin haar kritiek en aanbevelingen puntig staan verwoord. Enkele voorbeelden.

  • Niet iedere gedragsdeskundige die bevoegd is onderzoek te verrichten in strafzaken is daartoe ook bekwaam. 

  • De strekking van advies inzake TBS hangt wellicht evenzeer samen met kenmerken van de gedragsdeskundigen die in strafzaken worden ingeschakeld, als met kenmerken van verdachtendie worden onderzocht.

  • De tijd die aan gedragsdeskundig onderzoek van een verdachte pleegt te worden besteed, staat in geen enkele verhouding tot de duur van de implicaties die de uitkomst ervan voor de verdachte kan hebben.

  • Om een gedegen advies te kunnen geven over een eventuele behandeling van de onderzochte verdachte, dienen gedragsdeskundigen over behandelervaring te beschikken.

  • De gedragsdeskundige die een verdachte heeft onderzocht ter zake van mogelijke oplegging van TBS, zou niet betrokken mogen zijn bij de voorlichting over zogeheten zesjaarsverlenging daarvan.

  • Het feit dat de gedragsdeskundige verklaart zijn verslag naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld, biedt niet de minste garantie voor de deugdelijkheid van zijn onderzoek en rapportage.

  • Haar bevoegdheid om een deskundige aan te wijzen die de gedragsdeskundige rapportage met betrekking tot verdachte onderzoekt, pleegt de verdediging ten onrechte onbenut te laten.

  • De uitkomsten van het gedragsdeskundig onderzoek en de inhoud van de desbetreffende rapportage lijken mede te worden bepaald door het arrondissement waar de opdracht daartoe wordt verstrekt.


Promotie

Mr. Corrie van Esch
Forensische gedragskundige expertise in strafzaken
Woensdag 21 maart 2012, 15.00 uur 
Academiegebouw Rapenburg 73, Leiden
Prof. dr. J.F. Nijboer en prof. dr. H.J.C. van Marle

(20 maart 2012/Corine Hendriks)

Links

Studeren in Leiden

Bachelor

Master

Laatst Gewijzigd: 22-03-2012